ECLI:NL:RBDHA:2025:17070
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Teruggave gestolen auto met valse VIN aan verzekeraar na beklag
De zaak betreft een beklag ex artikel 552a Sv over de teruggave van een personenauto die op 29 november 2024 in beslag is genomen wegens verdenking van kentekenfraude. De auto bleek een vals chassisnummer (VIN) te hebben. Zowel de verzekeraar, die het eigendom via een verzekeringsovereenkomst van de oorspronkelijke eigenaar had verkregen, als een derde partij stelden zich op als rechthebbende.
De rechtbank oordeelde dat de derde partij niet te goeder trouw was bij aankoop en daarom geen rechthebbende kon zijn. De verzekeraar werd wel als rechthebbende erkend. De officier van justitie stelde zich primair op het standpunt dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet vanwege het valse VIN, maar subsidiair erkende hij de verzekeraar als rechthebbende.
De rechtbank stelde dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat het belang van strafvordering moet worden afgewogen tegen het eigendomsrecht. Gezien de rechtsgeldige eigendomsoverdracht en de toezegging van de verzekeraar om het VIN te laten herstellen, achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter onttrekking aan het verkeer zou bevelen. Daarom werd het beslag opgeheven en de teruggave aan de verzekeraar gelast.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van de gestolen auto met valse VIN aan de verzekeraar als rechthebbende.