ECLI:NL:RBDHA:2025:17124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende beoordeling geloofwaardigheid afvalligheid in asielprocedure
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, heeft zijn asielaanvraag afgewezen zien worden door verweerder wegens gebrek aan geloofwaardigheid van zijn seksuele gerichtheid en geloofsovertuiging. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de afvalligheid van de islam niet als zelfstandig asielmotief heeft beoordeeld, ondanks duidelijke verklaringen van eiser over zijn afvalligheid voorafgaand aan zijn bekering tot het christendom.
De rechtbank vindt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom hij de afvalligheid niet geloofwaardig acht, terwijl eiser dit proces duidelijk onderscheidt van zijn bekering. Ten aanzien van de bekering tot het christendom oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht twijfelt aan de geloofwaardigheid, gezien de algemene en tegenstrijdige verklaringen van eiser.
De rechtbank beveelt verweerder aan om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen binnen een termijn die afhangt van het nader onderzoek, met de mogelijkheid tot aanvullend horen van eiser. Totdat dit is gebeurd, worden verdere beslissingen aangehouden. Deze tussenuitspraak is openbaar en er staat nog geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de afvalligheid ten onrechte niet is beoordeeld en geeft verweerder gelegenheid het besluit te herstellen.