ECLI:NL:RBDHA:2025:17237

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 september 2025
Publicatiedatum
18 september 2025
Zaaknummer
NL25.42183
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 5.1b VreemdelingenbesluitRichtlijn 2008/115/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet

De minister van Asiel en Migratie legde eiser op 24 augustus 2025 een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser, die stelt Italiaans staatsburger te zijn, voerde aan dat hij als EU-burger vrij mocht reizen en dat het terugkeerbesluit niet rechtsgeldig was. Tevens stelde hij dat de minister niet voortvarend handelde en dat hij bereid was vrijwillig te vertrekken.

De rechtbank oordeelt dat eiser geen bewijs heeft geleverd van zijn EU-nationaliteit en dat het terugkeerbesluit van 19 maart 2025 rechtsgeldig is. De gronden voor de bewaring, waaronder het niet meewerken aan vaststelling van identiteit en het ontbreken van vaste woonplaats en middelen van bestaan, zijn niet betwist en voldoende om het risico van onttrekking aan toezicht aan te nemen. De enkele bereidheid tot vrijwillig vertrek weegt niet op tegen het niet voldoen aan de vertrekplicht.

De rechtbank stelt vast dat de minister voortvarend heeft gehandeld door een vertrekgesprek te voeren en de Italiaanse autoriteiten te raadplegen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42183

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. G.P. Dayala),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M. Smeulders).

Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk te behandelen. De gemachtigde van eiser heeft op 8 september 2025 de gronden van het beroep ingediend. De minister heeft op 10 september 2025 gereageerd. De rechtbank heeft op 12 september 2025 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Italiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997.
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister onder meer toegelicht dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is, omdat hij als EU-burger het recht heeft om zich binnen de Europese Unie vrij te bewegen. Daarom moet een belangenafweging worden gemaakt. Tegen eiser is nooit een inreisverbod uitgevaardigd en eiser is nooit de toegang tot Nederland geweigerd. Verder voert eiser aan dat het op 19 maart 2025 uitgevaardigde terugkeerbesluit niet rechtsgeldig is. Dat eiser niet heeft voldaan aan de plicht zijn identiteitsbewijs te vertonen, is geen reden om hem in bewaring te stellen. Ook voert eiser aan dat de minister niet voortvarend handelt, omdat de minister de Italiaanse autoriteiten kan bevragen over eisers identiteit. Eiser is bereid vrijwillig te vertrekken naar Italië.
4. De rechtbank overweegt het volgende.
5. De minister hoeft eiser niet te volgen in zijn stelling dat hij een EU-burger is, omdat eiser geen stukken heeft overgelegd die zijn nationaliteit onderbouwen. De minister hoeft daarom tot op heden er niet van uit te gaan dat eiser (als EU-burger) rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Bovendien is tegen eiser op 19 maart 2025 een terugkeerbesluit uitgevaardigd, waaruit volgt dat hij (momenteel) niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het is de rechtbank niet gebleken dat de in artikel 5 van Pro richtlijn 2008/115 [1] genoemde belangen aan de verwijdering van eiser in de weg staan. De rechtbank gaat daarom in beginsel uit van een rechtsgeldig terugkeerbesluit. Het is aan eiser om de rechtsgeldigheid van het terugkeerbesluit in de daarvoor bestemde procedure aan te vechten.
6. De rechtbank stelt vast dat de gronden 3b., 4c. en 4d. waar de maatregel van bewaring mede op rust, niet zijn bestreden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze zware en lichte gronden en de daarbij gegeven motivering in onderlinge samenhang bezien voldoende om aan te nemen dat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en deze gronden kunnen de maatregel dan ook dragen. De enkele stelling van eiser dat hij bereidt is vrijwillig te vertrekken naar Italië is onvoldoende om te oordelen dat het risico van onttrekking aan het toezicht niet (meer) bestaat. Bovendien voldoet eiser daarmee niet aan de op 19 maart 2025 opgelegde vertrekplicht.
7. De beroepsgrond over voortvarend handelen slaagt naar het oordeel van de rechtbank niet. De minister heeft op 25 augustus 2025 een vertrekgesprek met eiser gevoerd en heeft op 29 augustus 2025 de Italiaanse autoriteiten verzocht om te bevestigen of eiser de Italiaanse nationaliteit heeft. Er is daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend aan eisers uitzetting werkt.
8. Nu ook anderszins niet is gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.