ECLI:NL:RBDHA:2025:17251

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
NL25.25191
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na alsnog besluit minister in vreemdelingenzaak

Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekers trokken daarop het beroep in en verzochten om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de minister door het alsnog nemen van het besluit aan verzoekers tegemoet is gekomen. Daarom moet de minister de proceskosten van verzoekers vergoeden. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €453,50 en veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €194.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekers kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen indien zij het niet eens zijn met de uitspraak.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €194 aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25191

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekers hebben daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoekers tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekers te betalen.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoekers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [3] De minister moet ook het betaalde griffierecht aan verzoekers vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan verzoekers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.