ECLI:NL:RBDHA:2025:17252

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
NL25.25186
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet-ontvankelijk beroep niet tijdig beslissen

Verzoekers hadden een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun mvv-aanvraag. Echter, op het moment van het instellen van dit beroep was op 27 maart 2025 al een besluit door de minister genomen. Hierdoor was het beroep niet ontvankelijk omdat er feitelijk geen sprake was van een niet tijdig genomen besluit.

Verzoekers trokken hun beroep in omdat de minister met het besluit tegemoet was gekomen aan hun verzoek. Desondanks verzochten zij om een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat als niet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is voldaan, er geen recht bestaat op proceskostenvergoeding.

De rechtbank merkte op dat het besluit van 15 augustus 2025 betrekking had op een andere procedure, namelijk asiel, en niet op de mvv-aanvraag. Daarom zou het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk zijn geweest. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd dan ook afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25186

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekers hebben hun opvolgende beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken, omdat de minister volgens hen door het nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan hun verzoek. Verzoekers hebben daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten.
Voldoet het beroep van verzoekers aan de voorwaarden?
4. Op 27 maart 2025 heeft de minister een besluit genomen op de aanvraag van verzoekers. Verzoekers hebben op 4 juni 2025 een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag, maar op dat moment was er dus al een besluit genomen. Voor de rechtbank zou er daarom geen aanleiding zijn geweest om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de mvv-aanvraag moest nemen. [3] De rechtbank merkt daarbij op dat het op 15 augustus 2025 door de minister genomen besluit op een andere procedure ziet (asiel). Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit zou daarom niet-ontvankelijk zijn geweest.
5. Het (ingetrokken) beroep van verzoekers zou niet voldoen aan de voorwaarden. Het verzoek om een proceskostenveroordeling zal dan ook worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.Overeenkomstig artikel 8:55d, van de Awb.