ECLI:NL:RBDHA:2025:17270

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
C/09/666172 / FA RK 24-3361
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:25c BWArt. 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 10:20 BWRijkswet op het Nederlanderschap 1984
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling geboortegegevens en toewijzing voornaamswijziging verzoekster

Verzoekster, geboren in Iran en sinds haar jeugd woonachtig in Nederland, verzocht de rechtbank om haar voornaam te wijzigen en haar geboortegegevens vast te stellen, aangezien geen gelegaliseerde geboorteakte beschikbaar was. De ambtenaar van de burgerlijke stand betwistte de inschrijving van de overgelegde geboorteakte vanwege het ontbreken van legalisatie en vertaling.

De rechtbank oordeelde dat verzoekster voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet over een gelegaliseerde geboorteakte kon beschikken vanwege het negatieve reisadvies naar Iran, het ontbreken van contact met familie, taalbarrières en wantrouwen jegens Iraanse autoriteiten. Hierdoor kon niet van haar worden verwacht dat zij alsnog de geboorteakte zou overleggen.

Op grond van artikel 1:25c BW stelde de rechtbank de geboortegegevens vast zoals voorgesteld door de ambtenaar en wees het verzoek tot voornaamswijziging toe, aangezien het belang zwaarwegend was en de nieuwe voornaam geoorloofd volgens de wet. Het overige werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voornaamswijziging toe en stelt de geboortegegevens van verzoekster vast.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3361
Zaaknummer: C/09/666172
Datum beschikking: 3 juli 2025

Voornaamswijziging en vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 8 mei 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,
wonende te [woonplaats] ,
zonder advocaat (voorheen: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar).
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,
de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlage;
- het F9-bericht van 12 augustus 2024 van verzoekster;
- de brief van 13 september 2024 van de ambtenaar;
- het F9-bericht van 27 september 2024, met bijlagen, van verzoekster;
- de brief van 7 november 2024 van de ambtenaar.
Op 12 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster bijgestaan door haar advocaat en haar moeder (als toehoorder),
[naam 1] en [naam 2] namens de ambtenaar.

Feiten

- Blijkens de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) is verzoekster geboren op
[geboortedatum 1] 1991 te [geboorteplaats] , Iran.
- Bij Koninklijk Besluit is op 31 augustus 2000 aan verzoekster het Nederlanderschap
verleend op grond van artikel 11 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap 1984.
- Van verzoekster is geen geboorteakte opgenomen in de registers van de burgerlijke stand
van de gemeente ’s-Gravenhage.
- Uit de BRP volgt dat de achternaam van verzoekster op 28 januari 2025 is gewijzigd van
‘ [achternaam 1] ’ in ‘ [achternaam 2] ’.

Verzoek en standpunt ambtenaar

Het verzoekschrift strekt ertoe:
  • de voornaam van verzoekster te wijzigen in [nieuwe voornaam] ;
  • (voorwaardelijk) de geboortegegevens van verzoekster vast te stellen, voor zover de met het verzoekschrift overgelegde geboorteakte niet vatbaar is voor inschrijving in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand Den Haag.
De ambtenaar refereert zich ten aanzien van de verzochte voornaamswijziging aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het voorwaardelijk verzochte, stelt de ambtenaar zich – samengevat – op het standpunt dat:
  • de door verzoekster overgelegde geboorteakte/Shenasnameh niet in aanmerking
  • omdat er vooralsnog geen bewijsstukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat verzoekster in het verleden is toegelaten als vluchteling, van haar in principe
  • pas wanneer verzoekster heeft aangetoond niet over de originele gelegaliseerde
KIND
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 1]
Voornamen: [voornaam 1]
Dag van geboorte: [geboortedatum 1] 1991
Plaats van geboorte: [geboorteplaats]
Geslacht: F (vrouwelijk)
VADER
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 1]
Voornamen: [voornaam 2]
Dag van geboorte: [geboortedatum 2] 1952
Plaats van geboorte: [geboorteplaats] , Iran
MOEDER
Geslachtsnaam: [geslachtsnaam 2]
Voornamen: [voornaam 3]
Dag van geboorte: [geboortedatum 2] 1957
Plaats van geboorte: [geboorteplaats] , Iran
Naar de rechtbank begrijpt is ten aan aanzien van de door de ambtenaar gehanteerde schrijfwijze van de geboorteplaats van verzoekster en haar ouders sprake van een typefout en moet het zijn: [geboorteplaats] in plaats van [geboorteplaats] . In de BRP staat namelijk ook ‘ [geboorteplaats] ’.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het verzoek is gebaseerd op de artikelen 1:4 en 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW). Nederlands recht is van toepassing, op grond van artikel 10:20 BW Pro en omdat het gaat om het opmaken van een akte in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat een voornaamswijziging – indien toegewezen – eerst tot stand komt doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd. In geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve, hetzij een last tot inschrijving van de akte van geboorte hetzij de in artikel 1:25 c BW bedoelde beschikking, houdende vaststelling van de geboortegegevens.
Inschrijving geboorteakte?
Hier te lande is geen geboorteakte ten name van verzoekster ingeschreven en onder de overgelegde stukken bevindt zich evenmin een originele, gelegaliseerde geboorteakte ten name van verzoekster. Wel heeft verzoekster een kopie van een vertaald geboortebewijs (Shenasnameh) overgelegd, maar dat document is niet vatbaar voor inschrijving in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
De vraag is of van verzoekster kan worden gevergd dat zij alsnog haar geboorteakte in Iran opvraagt en voorzien van de benodigde Engelstalige vertaling en legalisaties in het geding brengt. Verzoekster heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt niet te kunnen beschikken over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte.
Verzoekster heeft hiertoe aangevoerd dat zij in juli 1996 (verzoekster was toen 4 jaar oud) vanuit Iran samen met haar moeder naar Nederland is gereisd in het kader van gezinshereniging. Verzoekster heeft IND rapporten overgelegd van het eerste en nader gehoor van haar vader. De rechtbank leidt uit deze rapporten af dat de vader van verzoekster in juli 1995 Nederland is ingereisd en hier asiel heeft aangevraagd. Op basis van de IND stukken leidt de rechtbank af dat de vader van verzoekster voorafgaande aan zijn naturalisatie tot Nederlander een asielstatus in Nederland had.
Verzoekster heeft verder toegelicht dat zij en haar moeder, sinds hun komst naar Nederland, nooit meer in Iran zijn geweest. Gelet op het huidige negatieve reisadvies (‘code rood’) voor Iran, is verzoekster ook niet voornemens om af te reizen naar Iran. Verzoekster heeft geen goed contact met familieleden in Iran en daarnaast is zij de taal niet machtig. Verder heeft verzoekster aangevoerd dat de autoriteiten in Iran corrupt zijn, waardoor zij wantrouwend is om haar persoonsgegevens te delen met een notaris of advocaat aldaar, omdat in Iran identiteitsgegevens van anderen vaak worden misbruikt om daarmee bankrekeningen te openen of leningen af te sluiten. Ook heeft verzoekster aangevoerd dat ze al 30 jaar in Nederland woont en niet gewend is aan/bekend is met de cultuur in Iran. Zo draagt verzoekster geen hoofdoek en zij vreest dat het Iraanse regime tegen haar zal optreden wanneer ze zonder hoofddoek naar Iran zou afreizen. Verzoekster heeft ter zitting verklaard nog wel een advocaat in Iran te hebben benaderd om voor haar een geboorteakte op te vragen, maar zij vertrouwt deze advocaat niet en durft haar persoonsgegevens niet te delen. Verzoekster durft zich gezien de situatie in Iran ook niet te melden bij de Iraanse ambassade om eventueel te bemiddelen.
Onder de gegeven omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank van verzoekster niet worden verwacht dat zij zich voor het opvragen van haar Iraanse geboorteakte (en vertaling en legalisatie daarvan) wendt tot Iraanse autoriteiten of in Iran gevestigde tussenpersonen zoals een advocaat of notaris.
De rechtbank zal hierna daarom het voorwaardelijke verzoek beoordelen.
Vaststellen geboortegegevens
Op grond van artikel 1:25c BW kan, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar de rechtbank te Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Omdat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft kan zij worden ontvangen in haar voorwaardelijke verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in de procedure gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen over de omstandigheden waaronder, de datum waarop en de plaats waar de geboorte van verzoekster moet hebben plaatsgehad. Daarom zal de rechtbank op de voet van artikel 1:4, vierde lid, BW in samenhang met artikel 1:25c BW de geboortegegevens van verzoekster – daaronder begrepen de geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de ouders van verzoekster – vaststellen zoals door de ambtenaar voorgesteld en door verzoekster niet betwist.
Voornaamswijziging
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. De gevraagde voornaam is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4, tweede lid, BW. De rechtbank zal dat verzoek derhalve toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
stelt van verzoekster de volgende geboortegegevens vast:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam 1]
Voornaam : [voornaam 1]
Geboortedatum : [geboortedatum 1] 1991
Geboorteplaats : [geboorteplaats] , Iran
Geslacht : F (vrouwelijk)
Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam 1]
Voornaam vader : [voornaam 2]
Geboortedatum vader : [geboortedatum 2] 1952
Geboorteplaats vader : [geboorteplaats] , Iran
Geslachtsnaam moeder : [geslachtsnaam 2]
Voornaam moeder : [voornaam 3]
Geboortedatum moeder : [geboortedatum 2] 1957
Geboorteplaats moeder : [geboorteplaats] , Iran;
gelast de wijziging van de voornaam van verzoekster in die zin dat de voornaam zal luiden: “ [nieuwe voornaam] ”;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door
mr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2025.