ECLI:NL:RBDHA:2025:17271
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegronde asielaanvraag
Verzoekster heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 11 april 2025 kennelijk ongegrond is verklaard. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 4 juni 2025 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak in zaaknummer NL25.18139 op het beroep beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 september 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kennelijk ongegronde verklaring van de asielaanvraag is afgewezen.