ECLI:NL:RBDHA:2025:17276
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens gegrondverklaring beroep
Verzoekster heeft op 15 mei 2025 een asielaanvraag ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 15 juli 2025 niet in behandeling is genomen, met de reden dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoekster stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 29 augustus 2025 in een zitting waarbij verzoekster, haar minderjarige dochter, en de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren. Op dezelfde dag als de uitspraak in deze voorlopige voorziening deed de rechtbank uitspraak op het beroep van verzoekster, waarbij het beroep gegrond werd verklaard.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep van verzoekster gegrond is verklaard.