Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:17291

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
C/09/683764 / FA RK 25-2896
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:12 BWArt. 1:251a BWArt. 1:253n BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag moeder wegens langdurig contactgebrek vader

Partijen zijn gehuwd geweest van 2006 tot 2020 en zijn ouders van twee minderjarige kinderen geboren in 2008 en 2012. Zij oefenden gezamenlijk gezag uit, maar de kinderen verblijven bij de moeder. De moeder verzoekt het gezag eenhoofdig aan haar toe te wijzen en de hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen.

De vader woont onbekend in het buitenland en heeft geen contact gezocht met de moeder en kinderen sinds 2016, toen de moeder vanwege huiselijk geweld uit Italië vertrok. De rechtbank stelt vast dat de vader praktisch geen gezag uitoefent en dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet meer mogelijk is.

Op grond van artikel 1:253n BW wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en aan de moeder het eenhoofdig gezag toegekend, in het belang van de kinderen. Het verzoek tot wijziging van hoofdverblijfplaats en voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat de kinderen de woonplaats van de moeder volgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt het gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag van de moeder en wijst het verzoek daartoe toe.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 25-2896 en FA RK 25-2898
Zaaknummers: C/09/683764 en C/09/683767
Datum beschikking: 7 juli 2025

Gezag en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro

Beschikking op de op 16 april 2025 ingekomen verzoeken van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Bhulai te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een voor de rechtbank onbekend adres in het buitenland.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
  • de verzoekschriften;
  • het F9-bericht van 24 april 2025, met bijlage, ingediend namens de moeder.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 23 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat en een tolk (B. Zaghdoud) en
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader heeft een onbekende woon- of verblijfplaats. Daarom is hij door middel van een
advertentie in de Staatscourant van 7 mei 2025 (nr. 16132) opgeroepen om te worden
gehoord op de voorliggende verzoeken. De vader is niet
op de zitting verschenenen heeft geen verweerschrift ingediend.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2006 tot [datum 2] 2020.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland 1] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen verblijven op dit moment bij de moeder.
- Partijen hebben allebei de Marokkaanse nationaliteit.

Verzoeken

Bodemprocedure (C/09/683764)
De moeder verzoekt te bepalen:
- dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag zal hebben over de kinderen;
- dat de kinderen hun hoofdverblijf bij haar hebben;
een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro (C/09/683767)
De moeder verzoekt aan haar vervangende toestemming te verlenen, zodat ze met de kinderen van 27 juli 2025 tot en met 24 augustus 2025 kan reizen naar Marokko, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

Bodemprocedure C/09/683764)
Rechtsmacht en toepasselijk rechtOmdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken over het gezag en de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen.
Wettelijk kader wijziging gezagOp grond van artikel 1:253n, eerste lid Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, hierop ook van toepassing. Het gezamenlijk
gezag kan daarom worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Ontvankelijkheid
De moeder heeft onweersproken gesteld dat zij in 2016 vanwege huiselijk geweld vanuit Italië (waar partijen destijds woonden) naar haar ouders in [plaats] is gevlucht. Sindsdien is er volgens de moeder nooit meer contact geweest tussen partijen. Hoewel de vader kan weten dat de moeder met de kinderen in Nederland woont en hij beschikt over het telefoonnummer van de moeder en dat van haar ouders, heeft hij in al die jaren geen contact gezocht.
Hieruit volgt dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek tot wijziging van de huidige gezagssituatie.
Inhoudelijke beoordelingDe rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat voor gezamenlijk gezag in het algemeen is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over een kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
Doordat er al jaren geen contact meer is, oefent de vader praktisch gezien zijn gezag niet uit. Het is wel belangrijk dat beslissingen betreffende [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen worden genomen, zoals schoolzaken en medische kwesties. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de moeder alleen de beslissingen over haar kinderen kan nemen en dat zij met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast. De rechtbank zal dat verzoek van de moeder dan ook toewijzen.
Het verzoek van de moeder over de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de verzochte voorlopige voorziening (procedure met zaaknummer C/09/683767) zal de rechtbank wegens gebrek aan belang afwijzen. Artikel 1:12 van Pro het Burgerlijk Wetboek bepaalt immers al dat de kinderen de woonplaats van de moeder volgen, nu zij alleen met het gezag wordt belast. Omdat zij alleen met het gezag wordt belast heeft zij ook geen toestemming meer nodig om met de kinderen te reizen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1984 te [geboorteplaats 3] , [geboorteland 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland 1] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2025.