Partijen, gehuwd sinds 2005 in Oekraïne, verzoeken de rechtbank Den Haag om echtscheiding met nevenvoorzieningen. Zij zijn ouders van een minderjarige geboren in 2007. De rechtbank heeft kennisgenomen van diverse stukken, waaronder ouderschapsplan en schriftelijke mening van de minderjarige.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van de laatste gewone verblijfplaats van partijen in Nederland en past Nederlands recht toe. Het huwelijk is duurzaam ontwricht, waardoor de echtscheiding wordt uitgesproken.
De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de vrouw, aangezien dit niet in strijd is met het belang van het kind en het verzoek niet is weersproken. Het verzoek tot kinderalimentatie wordt afgewezen omdat de man sinds november 2023 werkloos is, een zeer beperkt inkomen heeft en leefgeld ontvangt onder bijstandsniveau vanuit gemeentelijke opvang.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen, met uitzondering van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking over de hoofdverblijfplaats en alimentatie.