ECLI:NL:RBDHA:2025:17297
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Tadzjiekse man wegens ongeloofwaardige bedreigingen door familie
Eiser, een Tadzjiekse man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege vermeende bedreigingen door de broers van een slachtoffer van een verkeersongeval waarbij zijn vader betrokken was. Hij vreesde voor zijn veiligheid bij terugkeer naar Tadzjikistan. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de verklaringen over de bedreigingen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormden.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De rechtbank vond dat verweerder terecht het asielmotief 'problemen met de broers' als kern had genomen en dat de aanvullende beweringen over bloedwraak en ontvoeringen onvoldoende waren onderbouwd. Ook werd de aanrijding uit 2000 niet als relevant asielmotief erkend.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser wisselende verklaringen had gegeven over het tijdstip en de aard van de bedreigingen, waardoor deze ongeloofwaardig waren. De rechtbank vond ook dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bedreigingen persoonlijk op hem gericht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.