Op 28 november 2018 sloten Arcade en Badhuiskade een koopovereenkomst voor een bedrijfsruimte met bijbehorende appartementsrechten. Na levering in april 2019 werd het splitsingsreglement aangepast zonder instemming van Badhuiskade, waardoor zij haar meerderheidsstem in de VVE verloor. Badhuiskade vordert een voorlopig getuigenverhoor om bewijs te verzamelen over deze wijziging en de kennis van Arcade hierover.
De rechtbank overweegt dat een voorlopig getuigenverhoor bedoeld is om feiten op te helderen waarvan de verzoeker de bewijslast draagt in een mogelijke procedure. Badhuiskade heeft voldoende belang en concreet doel om het getuigenverhoor toe te staan, ondanks het verweer van Arcade dat Badhuiskade op de hoogte zou zijn gesteld via een e-mail waarvan de inhoud onduidelijk is.
Het verzoek tot inzage van correspondentie wordt afgewezen omdat Arcade erkent dat de gevraagde stukken niet aan Badhuiskade zijn verstrekt en Badhuiskade onvoldoende belang heeft bij deze inzage. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De rechtbank beveelt een voorlopig getuigenverhoor en stelt nadere procedurele termijnen vast.