ECLI:NL:RBDHA:2025:17376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens motiveringsgebrek, rechtsgevolgen in stand gelaten
Eiser, van Mauritaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier aan onder de beperking 'medische behandeling' vanwege ernstige psychische klachten en fysieke gezondheidstoestand. De minister wees de aanvraag af op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) en andere gronden zoals het ontbreken van een paspoort en een taakstraf.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat het BMA-advies geen aandacht had besteed aan de door eiser gestelde mantelzorg, wat een motiveringsgebrek opleverde. Dit gebrek werd echter hersteld door een aanvullend BMA-advies, waarin werd geconcludeerd dat de mantelzorg niet essentieel is voor de medische behandeling.
De rechtbank verwierp verder de stellingen van eiser over de beschikbaarheid van medische behandeling in Mauritanië en de schending van het beginsel van equality of arms. Ook werd geoordeeld dat de minister terecht de aanvraag afwees vanwege het ontbreken van een paspoort en het gevaar voor de openbare orde. Wel werd vastgesteld dat de minister de hoorplicht in bezwaar had geschonden door het bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren zonder te horen.
Uiteindelijk werd het beroep gegrond verklaard wegens het motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.