ECLI:NL:RBDHA:2025:17381

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
22 september 2025
Zaaknummer
AWB 24/16138
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning medische behandeling

Verzoeker, van Mauritaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'medische behandeling'. Deze aanvraag werd op 11 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar bij besluit van 13 februari 2025 bleef de minister bij zijn afwijzing.

Verzoeker stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, waarbij hij tevens een voorlopige voorziening vroeg om de afwijzing tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op 8 september 2025, waarbij de gemachtigde van verzoeker aanwezig was, maar de gemachtigde van de minister niet.

Op 22 september 2025 deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaak AWB 25/3637) en verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtgevolgen van het bestreden besluit. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer nodig. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek af en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van € 907,00.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard met instandhouding van de rechtgevolgen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/16138

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2025 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Mauritaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 13 februari 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (AWB 25/3637), zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende beroep bij de rechtbank.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van verzoeker. De gemachtigde van de minister was niet aanwezig. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak AWB 25/3637, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij gegrond verklaard met instandhouding van de rechtgevolgen van het bestreden besluit. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Omdat het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoek tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.