ECLI:NL:RBDHA:2025:17431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en opheffing vrijheidsontnemende maatregel na gegrondverklaring asielberoep
Verweerder heeft op 22 mei 2025 aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld en vastgesteld dat deze tot 24 juli 2025 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode na deze datum tot de opheffing van de maatregel op 21 augustus 2025.
Eiser voerde aan dat de maatregel op 20 augustus 2025, de dag van de gegrondverklaring van zijn asielberoep, had moeten worden opgeheven. De rechtbank oordeelt echter dat de maatregel pas vanaf de dag ná de uitspraak onrechtmatig werd, omdat verweerder enige tijd gegund moet worden om kennis te nemen van de uitspraak en deze uit te voeren. Nu de maatregel op 21 augustus 2025 is opgeheven, is er geen sprake van onvoldoende voortvarendheid.
De rechtbank constateert geen andere onrechtmatigheden in de voortduring van de maatregel en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.