ECLI:NL:RBDHA:2025:17454
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ondercuratelestelling wegens rechtsgeldigheid levenstestament
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene, ingediend door haar neef en een andere partij. Betrokkene lijdt aan dementie en verblijft in een verzorgingstehuis. Verzoekers stelden dat betrokkene niet meer wilsbekwaam was en haar levenstestament onterecht had gewijzigd. De kantonrechter beoordeelde de ontvankelijkheid van verzoekers en concludeerde dat alleen de neef ontvankelijk was, omdat de andere partij geen geldige familieband kon aantonen.
Medische rapporten toonden cognitieve achteruitgang en toenemend wantrouwen bij betrokkene, wat de noodzaak van een beschermingsmaatregel onderstreepte. Echter, betrokkene had recent een nieuw levenstestament opgesteld, waarbij zij nieuwe gevolmachtigden had benoemd. Een VIA-arts had verklaard dat betrokkene wilsbekwaam was ten tijde van het opstellen van dit testament.
De rechtbank stelde vast dat het levenstestament een passende en minder verstrekkende voorziening is dan ondercuratelestelling. Er was geen bewijs van misbruik of beïnvloeding door gevolmachtigden. Daarom werd het verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen en het provisioneel bewind beëindigd per 16 oktober 2025. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening bepaald.
Uitkomst: Verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen vanwege rechtsgeldigheid van het recente levenstestament.