ECLI:NL:RBDHA:2025:17463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid in Guinee
Eiser, een homoseksuele man uit Guinee, verzocht om asiel vanwege discriminatie en geweld die hij zou ondervinden vanwege zijn seksuele gerichtheid. Hij stelde dat hij in zijn thuisland werd bedreigd en mishandeld, en vreest opsluiting of dood bij terugkeer.
De minister wees de aanvraag af omdat het tweede asielmotief, de homoseksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen, niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank toetste of de minister het juiste toetsingskader had toegepast en concludeerde dat dit het geval was. De verklaringen van eiser werden beoordeeld aan de hand van de Werkinstructie 2019/17.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk verliefd was op zijn mannelijke collega’s en dat hij zijn seksuele gerichtheid niet overtuigend had geaccepteerd. Ook vond de rechtbank dat eiser onvoldoende kennis had van de situatie van LHBTI-personen in Guinee en dat zijn verklaringen over discriminatie en vervolging niet aannemelijk waren.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat de minister onvoldoende was ingegaan op bepaalde punten tijdens de zitting. Gezien het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiser.