Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:17489

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
SGR 24/2988
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van verweerder over haar arbeidsongeschiktheidsuitkering. Na benoeming van een deskundige en ontvangst van het deskundigenrapport heeft verweerder het bestreden besluit vervangen door een besluit waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en verzoekster recht kreeg op een IVA-uitkering vanaf 7 juli 2023.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder stemde hiermee in en gaf aan de proceskosten en het griffierecht te zullen vergoeden.

De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen en de vergoeding vastgesteld op € 2.267,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 51,- te vergoeden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.267,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2988

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R.F. Antes),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. M.A. Bakker).

Procesverloop

1. In het besluit van 7 juli 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoekster met ingang van 1 oktober 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) naar een mate van 50,74% arbeidsongeschiktheid.
1.1.
In het besluit van 21 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.
1.2.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
Verzoekster heeft aanvullende stukken ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, [naam 1] (vader) en [naam 2] (maatschappelijk werker). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.S. de Vreeze.
1.6.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, verweerder verzocht om te reageren op de door verzoekster op de zitting ingediende stukken en bepaald dat een verzekeringsarts als deskundige wordt benoemd.
1.7.
Partijen hebben aanvullende stukken ingediend.
1.8.
Op 31 maart 2025 heeft de rechtbank het rapport van de deskundige ontvangen. Verzoekster heeft daarop gereageerd.
1.9.
Verweerder heeft het bestreden besluit vervangen door het besluit van 9 juli 2025. Met deze gewijzigde beslissing op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van verzoekster alsnog gegrond verklaard en bepaald dat verzoekster vanaf 7 juli 2023 recht heeft op een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).
1.10.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft meegedeeld de proceskosten en het griffierecht te zullen vergoeden.
1.11.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder aan haar is tegemoetgekomen. De rechtbank zal daarom het verzoek om een proceskostenveroordeling toewijzen.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht rekent de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze na het verslag deskundigenonderzoek, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1. De vergoeding bedraagt in totaal € 2.267,50.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek toe;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.267,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025.
griffier
rechter
de griffier is verhinderd te tekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.