Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar, alsmede tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 16 september 2025. Eiser werd staandegehouden na een melding over illegaal verblijf op een adres waar hij werd aangetroffen, hoewel de melding was gericht op zijn tweelingbroer.
De rechtbank oordeelde dat de melding voldoende concreet was en een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverde. De zware gronden voor de maatregel, waaronder het niet naleven van de vertrektermijn en het ontbreken van inschrijving in het BRP, werden niet betwist en rechtvaardigen de opgelegde maatregelen. Eiser gaf aan niet te willen vertrekken en te willen blijven werken in Nederland.
De rechtbank vond de motivering van de minister voor het opleggen van de bewaring en het inreisverbod voldoende en zag geen reden om een lichter middel toe te passen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen de uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.