ECLI:NL:RBDHA:2025:17531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering IOAW-uitkering wegens pre-pensioen en vergoeding redelijke termijn
Eiser ontving een IOAW-uitkering en vanaf augustus 2021 tevens een pre-pensioen. Verweerder herzag de uitkering en vorderde te veel betaalde bedragen terug, omdat het pre-pensioen als inkomen in mindering moest worden gebracht. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank stelde vast dat het pre-pensioen volgens het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten als inkomen geldt en terecht is verrekend met de IOAW-uitkering. Het bezwaar tegen de opschorting van de uitkering werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Het verzoek om materiële schadevergoeding werd afgewezen omdat de besluiten niet onrechtmatig waren. Wel werd een vergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedures.
De rechtbank verdeelde de vergoeding naar evenredigheid tussen verweerder en de Staat, waarbij verweerder een deel van de schadevergoeding moest betalen. Het verzoek om een controleerbare herberekening over een langere periode werd niet behandeld wegens beperkte reikwijdte van het geding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard; de terugvordering van de IOAW-uitkering wegens pre-pensioen is rechtmatig en er wordt een vergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.