ECLI:NL:RBDHA:2025:17535

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
24 september 2025
Zaaknummer
NL25.7257
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtsgeldige ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen MVV nareis

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis voor zijn vrouw en kinderen. Hij stelde dat verweerder in gebreke was gebleven door niet tijdig te beslissen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser een papieren ingebrekestelling met datum 14 januari 2024 heeft overgelegd, maar dat eiser geen bewijs kon leveren dat deze ingebrekestelling daadwerkelijk aan verweerder is verzonden. Verweerder heeft verklaard deze niet te hebben ontvangen.

Omdat een rechtsgeldige ingebrekestelling een vereiste is voor het indienen van een beroep wegens niet tijdig beslissen, oordeelt de rechtbank dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, Awb. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser had ook een tweede ingebrekestelling op 8 augustus 2025 ingediend, maar deze kwam na het indienen van het beroep en kon daarom niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de MVV-nareisaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.7257

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. Polman)
en
de minister van Asiel en Migratie [1] , verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn vrouw [vrouw], en zijn kinderen [kind 1], [kind 2], [kind 3] en [kind 4].
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht voor de behandeling van zijn beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het overgelegde formulier is voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. De rechtbank stelt vast dat eiser op 3 maart 2024 foto’s van een papieren ingebrekestelling heeft overgelegd. De datum op deze ingebrekestelling is 14 januari 2024. Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat nimmer een ingebrekestelling is ingediend door eiser. Desgevraagd heeft eiser aan de rechtbank meegedeeld dat hij geen bewijs heeft dat hij de ingebrekestelling heeft verstuurd. Eiser heeft verweerder daarom (opnieuw) in gebreke gesteld op 8 augustus 2025.
4. Nu verweerder heeft meegedeeld dat hij de ingebrekestelling van eiser van 14 januari 2025 niet heeft ontvangen en eiser niet heeft onderbouwd dat hij deze ingebrekestelling aan verweerder heeft verstuurd, kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige ingebrekestelling. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor zover eiser de rechtbank heeft verzocht om bij dit beroep te betrekken dat eiser op 8 augustus 2025 verweerder (opnieuw) in gebreke heeft gesteld, overweegt de rechtbank dat gelet op artikel 6:12, tweede lid, van de Awb een ingebrekestelling voorafgaand aan het beroep tegen het niet tijdig beslissen moet worden ingediend. De ingebrekestelling van 8 augustus 2025 kan dan ook niet leiden tot een ander oordeel.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 22 september 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.