ECLI:NL:RBDHA:2025:1759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en medische zorg in Duitsland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag deze moet behandelen. Nederland heeft Duitsland aangewezen als verantwoordelijke lidstaat, en Duitsland heeft het verzoek tot terugname van de asielaanvragen aanvaard.
Eisers stelden dat zij in Duitsland geen adequate medische zorg kregen, met name voor epilepsie, en dat Nederland daarom hun aanvragen aan zich moest trekken. De rechtbank oordeelde dat deze stelling onvoldoende is onderbouwd. Er is geen bewijs dat eiseres daadwerkelijk geen toegang tot medische zorg heeft in Duitsland, noch dat zij klachten heeft ingediend over het ontbreken daarvan.
De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het claimakkoord tussen Nederland en Duitsland, waarbij wordt gegarandeerd dat asielaanvragen in Duitsland conform Europese richtlijnen worden behandeld. De minister mocht er daarom op vertrouwen dat eiseres toegang heeft tot noodzakelijke medische zorg in Duitsland.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Catsburg op 9 januari 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.