ECLI:NL:RBDHA:2025:17612
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opvolgende rechterlijke machtiging tot voortzetting van verblijf in een accommodatie voor cliënt met fronto-temporale dementie
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 22 september 2025 een beschikking gegeven met betrekking tot een opvolgende rechterlijke machtiging voor de cliënt, geboren in 1956, die lijdt aan fronto-temporale dementie. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) had een verzoek ingediend voor een machtiging van twee jaar, maar de rechtbank heeft besloten om de machtiging voor de duur van zes maanden toe te wijzen. De rechtbank oordeelt dat de stap van zes maanden naar twee jaar te groot is en dat er onvoldoende onderbouwing is voor een langere termijn. De cliënt heeft aangegeven dat hij terug wil naar zijn woning en zijn vrouw, maar de rechtbank concludeert dat hij niet in staat is om zelfstandig te functioneren en dat er een aanzienlijk risico op verwaarlozing bestaat zonder toezicht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de cliënt intensieve begeleiding nodig heeft en dat terugkeer naar huis niet haalbaar is. De beslissing om de machtiging voor zes maanden te verlenen is bedoeld om de cliënt perspectief te bieden, terwijl de rechtbank de mogelijkheid openhoudt voor een toekomstige beoordeling van de situatie. De beschikking is gegeven door mr. M. Dam, rechter, en uitgesproken ter openbare zitting.