ECLI:NL:RBDHA:2025:17630

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
NL25.41550 en NL25.41552
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en overweegt dat op dezelfde dag reeds in de hoofdzaak uitspraak is gedaan in de zaken die betrekking hebben op deze verzoeken om voorlopige voorziening. Hierdoor acht de voorzieningenrechter voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat op dezelfde dag al in de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummers: NL25.41550 en NL25.41552

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker

[verzoeker 2], V-nummer: [V-nummer 2], verzoekster
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 28 augustus 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben op 29 augustus 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.41549 en NL25.41551, heeft de rechtbank beslist op de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gaśi, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.