ECLI:NL:RBDHA:2025:17640
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 15 juli 2025, waarbij alleen de gemachtigden van partijen aanwezig waren; verzoeker en zijn echtgenote waren afwezig. Op 21 juli 2025 deed de rechtbank uitspraak op het beroep in de hoofdzaak.
Omdat de rechtbank inmiddels een uitspraak heeft gedaan op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening overbodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.