De zaak betreft een geschil tussen een wederverkoper, handelend onder een handelsnaam, en Eichholtz B.V., leverancier van luxe designmeubelen. Partijen hadden een mondelinge overeenkomst waarbij de wederverkoper outletproducten van Eichholtz zou verkopen in een winkelpand. De wederverkoper stelde dat sprake was van een duurzame distributieovereenkomst met een kredietregeling, terwijl Eichholtz dit betwistte en stelde dat het een gebruikelijke inkoop-/verkooprelatie betrof.
De wederverkoper had een aanzienlijke betaalachterstand op openstaande facturen, waarop Eichholtz de overeenkomst ontbond. De wederverkoper vorderde nakoming van de overeenkomst en een verbod op opzegging zonder opzegtermijn, maar de rechtbank oordeelde dat niet was gebleken van een kredietregeling en dat de ontbinding rechtmatig was. De vorderingen van de wederverkoper werden afgewezen.
In reconventie vorderde Eichholtz opheffing van conservatoire beslagen die de wederverkoper op haar bankrekeningen had gelegd, teruggave van niet-betaalde outletproducten op grond van eigendomsvoorbehoud, verwijdering van foto- en videomateriaal, en een gebod om geen misleidende uitingen te doen. De rechtbank wees deze vorderingen toe en legde een dwangsom op voor niet-nakoming.
De wederverkoper werd veroordeeld in de proceskosten van beide procedures. De uitspraak bevestigt dat een niet-betaalde factuur en het ontbreken van een kredietregeling rechtvaardigen dat een leverancier een overeenkomst kan ontbinden en eigendomsvoorbehoud kan uitoefenen, ook in een mondelinge distributierelatie.