ECLI:NL:RBDHA:2025:1772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende binding met Syrië
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun visumaanvraag door de minister van Buitenlandse Zaken. De minister wees de aanvraag af omdat niet was gebleken van een substantiële sociale en economische binding met Syrië, waardoor de terugkeer niet gewaarborgd zou zijn.
Eisers stelden dat zij sociale en familiaire banden met Syrië hebben en dat een van hen ondanks pensionering nog een actief zakelijk leven in Syrië leidt. Ook werd gesteld dat zij vastgoed bezitten en huurinkomsten ontvangen. De rechtbank oordeelde echter dat deze economische binding onvoldoende was onderbouwd en dat de minister terecht concludeerde dat de sociale binding met Syrië gering was, mede omdat er ook volwassen kinderen in Nederland wonen en geen bijzondere afhankelijkheidsrelaties waren aangetoond.
De rechtbank stelde vast dat de minister niet onzorgvuldig heeft gehandeld, dat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad om nadere gegevens te verstrekken en dat de afwijzing niet uitsluitend op de algemene situatie in Syrië was gebaseerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de visumaanvraag terecht afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende binding met Syrië.