Uitspraak
1.De procedure
- het verstekvonnis van 16 januari 2025 met zaaknummer 11488666 RL EXPL 25-714;
Rechtbank Den Haag
In deze civiele zaak heeft [partij B] een geldvordering ingesteld tegen [partij A], stellende dat partijen een geldleningsovereenkomst waren aangegaan. [partij B] baseerde zijn vordering op betaalde telefoonabonnementen en overgemaakte bedragen aan [partij A].
Het verstekvonnis wees de vorderingen toe, maar [partij A] stelde verzet in en betwistte het bestaan van een geldleningsovereenkomst. Zij verklaarde dat de ontvangen bedragen werden gebruikt voor de aankoop van loten en tabak voor [partij B].
De rechtbank oordeelde dat [partij B] onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld waaruit het bestaan van een geldleningsovereenkomst blijkt. Het verstekvonnis werd daarom vernietigd en de vorderingen van [partij B] werden afgewezen. Tevens werd [partij B] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vorderingen van [partij B] worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van geldleningsovereenkomst.