Verzoekster, van Indiase nationaliteit en begunstigde van tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB), ontving op 19 september 2025 een verblijfssticker met een verlopen geldigheidsduur tot 4 maart 2025. Dit leidde tot problemen bij het aantonen van haar rechtmatig verblijf en het verrichten van arbeid, wat haar en haar minderjarige kind in financiële problemen bracht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de afgegeven verblijfssticker een feitelijke handeling is die gelijkgesteld moet worden aan een beschikking en dat het uitblijven van een correcte geldigheidsduur neerkomt op een weigering om de sticker aan te passen. De geldigheidsduur moet worden verlengd tot de datum waarop uitspraak wordt gedaan op het beroep, conform een eerdere uitspraak van 26 juli 2024.
De IND erkent de foutieve registratie en bevestigt dat verzoekster als legaal verblijvende staat geregistreerd is en gebruik kan maken van de bij haar status behorende voorzieningen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van €907. De beslissing geldt totdat uitspraak is gedaan op het beroep met zaaknummer NL24.26293.