ECLI:NL:RBDHA:2025:17796

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
NL25.44224
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister

De minister van Asiel en Migratie heeft op 7 augustus 2025 een terugkeerbesluit opgelegd aan verzoeker. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Groningen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de uitspraak met zaaknummer NL25.42179 heeft de rechtbank inmiddels op het ingediende beroep beslist, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Op grond hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit is afgewezen als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44224

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en

de Minister van Asiel en Migratie, minister.

Procesverloop

In het besluit van 7 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL25.42179). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1.
In de uitspraak van vandaag met zaaknummer NL25.42179 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van I. Wolthuis, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.