ECLI:NL:RBDHA:2025:17816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van WW-uitkering wegens gelijktijdige ZW-uitkering en arbeidsinkomsten
Eiser ontving een WW-uitkering die over de periode van 28 augustus 2022 tot en met 10 november 2022 werd herzien en teruggevorderd door verweerder wegens gelijktijdige ontvangst van een ZW-uitkering en arbeidsinkomsten. Eiser voerde aan dat de berekening onjuist was door dubbele ziekmeldingen en verkeerde daglonen.
De rechtbank stelde vast dat de ZW-uitkering en arbeidsinkomsten als inkomen moesten worden verrekend met de WW-uitkering. Verweerder gaf gedetailleerde uitleg over de berekening, die de rechtbank volgde. De berekening van eiser werd verworpen omdat het dagloon van de ZW-uitkering correct was vastgesteld en het recht op WW per kalendermaand moest worden beoordeeld.
Hoewel de terugvordering het gevolg was van een late toekenning van de ZW-uitkering, vond de rechtbank dit geen reden om af te zien van terugvordering. Wel was het bestreden besluit gemotiveerd met een onjuist bedrag, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd. De rechtbank stelde het terugvorderingsbedrag vast op €3.715,19 en bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eiser moet vergoeden.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag wordt vastgesteld op €3.715,19 en het beroep wordt gegrond verklaard.