Eiser heeft meerdere opvolgende asielaanvragen ingediend na intrekking van eerdere verblijfsvergunningen vanwege onjuiste verklaringen en ambtelijke misslagen. De meest recente aanvraag van 23 juli 2024 is door de minister afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij ook het verzoek om heroverweging van eerdere besluiten is afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een verhoogd risico loopt op willekeurig geweld in Mogadishu, ondanks de verslechterde situatie door het offensief van Al-Shabaab in de provincie. De minister heeft terecht geoordeeld dat Mogadishu zelf een relatief lager geweldsniveau kent en dat de individuele omstandigheden van eiser, zoals zijn stam en familiebanden, geen verhoogd risico rechtvaardigen.
Verder is het verzoek om heroverweging van eerdere besluiten afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een heroverweging rechtvaardigen. De rechtbank bevestigt dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod gehandhaafd kunnen blijven, mede omdat eiser geen inspanningen heeft verricht om terug te keren en zijn langdurig verblijf in Nederland geen grond biedt om deze besluiten te schorsen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier T.M.T. Brandsma.