ECLI:NL:RBDHA:2025:17838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2501169:R-RK en NL:TZ:2501170:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord bij problematische schuldensituatie ondanks verzet van schuldeisers

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €203.546,42 verdeeld over 28 schuldeisers. Hij heeft een akkoordvoorstel gedaan waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Hoewel niet alle schuldeisers akkoord gingen, heeft de rechtbank het dwangakkoord opgelegd.

De schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Leiden, die als bevoegde instantie het voorstel heeft getoetst. De rechtbank weegt de belangen van alle betrokken partijen en concludeert dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen, mede gezien de arbeidsongeschiktheid en persoonlijke problematiek van verzoeker, waardoor zijn mogelijkheden tot werk beperkt zijn.

De meerderheid van de schuldeisers heeft ingestemd met het voorstel, dat een beter resultaat biedt dan de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank oordeelt dat de weigering van verweersters niet gerechtvaardigd is en wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toe, terwijl het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank legt het dwangakkoord op en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2501169:R-RK en NL:TZ:2501170:R-RK
vonnis van 25 september 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: de heer [verzoeker] ,
tegen
ABN AMRO,
gevestigd te Amsterdam,
E-Flux by Road, vertegenwoordigd door Coeo Incasso B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: E-Flux,
en
[naam 1] , vertegenwoordigd door BoitenLuhrs Incasso & Gerechtsdeurwaarders,
correspondentieadres te Den Haag,
hierna: [naam 1] ,
verweersters.
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
De heer [verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 203.546,42 aan 28 schuldeisers. Het is de heer [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Leiden heeft hij voor het laatst op 8 april 2025 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 0,78% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 0,39%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.
1.2.
ABN AMRO is niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [verzoeker] heeft drie schulden aan ABN AMRO van in totaal € 98.036,79. Dat is 48,16% van de totale schuldenlast.
1.3.
E-Flux is niet akkoord gegaan met dit voorstel. Zij heeft in haar brief van 2 september aan de rechtbank te kennen gegeven dat haar vordering in het minnelijk traject niet juist is vermeld en € 720,41 in plaats van € 2.464,98 bedraagt. Uit de door schuldhulpverlening aan de rechtbank overgelegde stukken volgt dat de vordering van E-Flux € 707,70 bedraagt. Dat is 0,34% van de totale schuldenlast.
1.4.
De overige schuldeisers hebben het aanbod (uiteindelijk) aanvaard.
1.5.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van de heer [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 11 september 2025. Op deze zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- [naam 2] , beschermingsbewindvoerder van Stichting Budgethulp.
2.2.
ABN AMRO en E-Flux zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
Bij brief van 9 september 2025 heeft [naam 1] laten weten alsnog akkoord
te gaan met het voorstel dat door de heer [verzoeker] is gedaan.
3.2.
De heer [verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. Door het voorstel te weigeren schaden verweersters het belang van de overige schuldeisers die wel meewerken, omdat de opbrengst is in het wettelijk traject (WSNP) lager is dan in het minnelijk traject.
3.3.
ABN AMRO heeft schriftelijk verweer gevoerd. In haar verweerschrift van 10 september 2025 geeft ABN AMRO te kennen dat haar vordering een groot deel van de schuldenlast beslaat en dat niet is gebleken dat het voorstel het maximaal haalbare is. Verder is de vordering niet te goeder trouw ontstaan en is er nooit op betaald.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
Met het akkoord van [naam 1] richt het verzoek zich niet langer richt tegen deze schuldeiser.
4.2.
De rechtbank zal het verzoek van de heer [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.3.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.4.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente
Leiden. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.5.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van een (groot) deel van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.6.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
De heer [verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.7.
Het voorstel is gebaseerd op de PW-uitkering die de heer [verzoeker] ontvangt. Hij is door de gemeente Leiderdorp vrijgesteld van zijn sollicitatieplicht. De heer [verzoeker] heeft circa 20 jaar geleden voor het laatst gewerkt. Uit het overgelegde medisch rapport van 10 maart 2025 van Salude volgt dat sprake is van fysieke en mentale problematiek en beperkingen. Hoewel de belastbaarheid van de heer [verzoeker] kan verbeteren, is het niet de verwachting dat dit op korte termijn zo zal zijn. De rechtbank acht het gelet op de arbeidsongeschiktheid, de afstand tot de arbeidsmarkt en de persoonlijke problematiek niet aannemelijk dat de heer [verzoeker] in staat is om op korte termijn weer te gaan werken. Er is sinds 9 oktober 2017 beschermingsbewind. De vaste lasten worden betaald, er ontstaan geen nieuwe schulden. De rechtbank gaat ervan uit dat het beschermingsbewind voortduurt, zodat de financiële situatie stabiel blijft.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.8.
De vorderingen van verweersters bedragen met 48,4% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt aan de ene kant mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat verweersters hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. Tegelijk kent de wet niet een bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. De rechtbank kan het dwangakkoord ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeiser het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigt. In dit geval is van belang dat de meerderheid van de schuldeisers, die samen 51,49% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, wél met de aangeboden regeling heeft ingestemd.
4.9.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.
4.10.
Andere argumenten van ABN AMRO
ABN AMRO heeft voorts aangevoerd dat de heer [verzoeker] niet te goeder trouw is. Voor de beoordeling van het verzoek is echter niet van belang of schulden te kwader trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten. Dit betoog treft dan ook geen doel. Bovendien zijn de schulden aan ABN AMRO al in 2005 en 2010 ontstaan.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.11.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft de heer [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. drs. J.C.A.T. Frima, rechter, in samenwerking met
F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.