ECLI:NL:RBDHA:2025:17840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord in problematische schuldensituatie
De heer verzoeker verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €89.257,78 verdeeld over 41 schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Hoewel 40 schuldeisers instemden, weigerde mevrouw verweerster 1, die een vordering heeft van meer dan de helft van de totale schuldenlast, akkoord te gaan.
De heer verzoeker verzocht de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen zodat mevrouw verweerster 1 gedwongen wordt mee te werken aan de schuldregeling. De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling correct was uitgevoerd door de gemeente Den Haag en dat het voorstel goed gedocumenteerd was.
Bij de belangenafweging oordeelde de rechtbank dat het niet onredelijk is dat mevrouw verweerster 1 weigert in te stemmen, mede vanwege de aard van haar vordering die verband houdt met schadevergoeding voor ernstig letsel veroorzaakt door de heer verzoeker. De rechtbank concludeerde dat het belang van mevrouw verweerster 1 zwaarder weegt dan dat van de heer verzoeker en de andere schuldeisers.
Het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord werd daarom afgewezen. De heer verzoeker behoudt de mogelijkheid om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, waarover in een apart vonnis zal worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt afgewezen vanwege het belang van de schuldeiser en de aard van haar vordering.