4.2In 21 documenten zijn verschillende passages onleesbaar gemaakt. Hiervoor zijn uiteenlopende redenen gegeven, namelijk omdat de betreffende passages: (-) buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, (-) doublures zijn van passages uit andere documenten, (-) zijn aan te merken als persoonsgegevens waarop de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van toepassing is, dan wel (-) buiten de openbaarheid moeten blijven omdat een uitzonderingsgrond uit de Woo van toepassing is.
5. Bij aanvullend besluit van 18 december 2023 (het aanvullende primaire besluit) heeft verweerder de 2 documenten waarvan de openbaarmaking volledig was afgewezen, alsnog gedeeltelijk openbaar gemaakt en is ook teruggekomen op de mededeling dat deze documenten al gepubliceerd waren.
6. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen beide primaire besluiten. Verweerder heeft in bezwaar een tweede zoekslag verricht. Dat heeft geen verdere informatie opgeleverd.
Wat vindt eiser in beroep?
7. Eiser stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is genomen. De zoekslagen zijn onvolledig en niet goed inzichtelijk gemaakt. Dat niet meer documenten bij verweerder berusten is daarnaast onwaarschijnlijk. Voor zover verweerder niet over bepaalde documenten beschikt, zal hij die moeten achterhalen.
Verweerder heeft de reikwijdte van het Woo-verzoek bovendien te beperkt opgevat en had zo nodig contact met eiser moeten opnemen om het verzoek te preciseren.
Nadat verweerder terugkwam op de onjuiste mededeling over de publicatie van 2 gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten, had hij een nieuwe zoekslag moeten verrichten.
Daarnaast zijn in bezwaar niet alle zaakstukken ter inzage verstrekt; ten onrechte is inzage onthouden in de bijlagen bij de zienswijze van de korpschef op het eerste primaire besluit, alsook in de zienswijze op het aanvullend besluit.
Ook is verzuimd toepassing te geven aan artikel 5.5 van de Woo met betrekking tot informatie die eiser betreft. Verweerder heeft eiser vooringenomen bejegend en in strijd gehandeld met het beginsel van fair play. De besluitvorming geeft ook blijk van détournement de pouvoir, omdat de Woo wordt gebruikt om informatie uit de openbaarheid te houden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
8. Een bestuursorgaan moet voldoende inzichtelijk maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat informatie niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om het tegendeel aannemelijk te maken. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig voorkomt, dient te worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht.
9. Verweerder heeft in het bestreden besluit een toelichting gegeven op de zoekslag. Daarbij heeft hij uiteengezet bij welke personen en eenheden informatie is uitgevraagd, namelijk de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken (BJZ) van het Parket Generaal, het Team Informatie en Operationele Coördinatie (TIOC) van het Landelijk Parket en een aantal medewerkers die bij het Onderzoek van de Ombudsman waren betrokken. Daarnaast zijn de arrondissementsparketten en de lokale recherches en TCI-officieren van justitie in de zoekslag betrokken. Hierbij heeft verweerder echter onvoldoende inzichtelijk gemaakt in welke systemen is gezocht en welke zoektermen er zijn gebruikt. De zorgvuldigheid van de zoekslag is op basis van de gegeven toelichting niet voldoende verifieerbaar. Dit betekent dat het bestreden besluit ontoereikend is gemotiveerd en in strijd komt met artikel 7:12, eerste lid van de Awb.
10. De rechtbank staat vervolgens voor de vraag wat dit gebrek moet betekenen voor de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven, omdat verweerder de zoekslagen alsnog voldoende heeft toegelicht in de beroepsprocedure. Daarbij heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij alle onder het Woo-verzoek vallende informatie die bij hem berust, aan eiser heeft verstrekt. Er is geen reden om verweerder opdracht te geven tot het doen van een nieuwe zoekslag. De rechtbank legt hieronder uit op basis waarvan zij tot dit oordeel is gekomen.