ECLI:NL:RBDHA:2025:17897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdige beslissing asielaanvraag Syrië
Eiser heeft op 6 mei 2024 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft op 7 juni 2024 een verzoek tot terugname aan Kroatië gedaan, dat op 21 juni 2024 (fictief) is geaccepteerd. Hierdoor werd de minister per 22 december 2024 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag, met een beslistermijn van zes maanden.
Vanwege het Syrië-moratorium dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, is de beslistermijn met één jaar verlengd, met een maximum van 21 maanden vanaf de aanvraagdatum. Dit betekent dat de minister uiterlijk op 6 februari 2026 moest beslissen. Eiser stelde de minister op 4 juli 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 22 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.