De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De gecertificeerde instelling stelt dat ondanks intensieve hulpverlening de doelen niet zijn bereikt en er nog steeds zorgen zijn, met name over de gezondheid van een van de kinderen en het schoolverzuim.
De ouders verzetten zich tegen het verzoek en geven aan dat de informatie waarop het verzoek is gebaseerd verouderd is. Zij willen zelf hulp inschakelen vanuit een ziekenhuis en hebben al praktische ondersteuning geregeld. De kinderrechter heeft de stukken en de zitting beoordeeld en concludeert dat de gronden voor verlenging niet meer voldoende aanwezig zijn.
Hoewel er nog een ontwikkelingsbedreiging bestaat, is de kinderrechter van oordeel dat de ouders bereid zijn de noodzakelijke hulpverlening te accepteren binnen een vrijwillig kader. De ondertoezichtstelling loopt nog tot 21 september 2025, wat ruimte biedt voor overdracht van hulpverlening. Daarom wordt het verzoek tot verlenging afgewezen.