ECLI:NL:RBDHA:2025:17906
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan concrete feiten
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen rechter D.M. Drok in een belastingzaak, stellende dat er sprake zou zijn van een gebrek aan openheid en behoorlijk dossierbeheer door de rechter en griffier. Zij stelde dat de rechter en griffier regelmatig formalistische beslissingen namen zonder dossiertoereikendheid te controleren.
De wrakingskamer oordeelde dat deze gronden slechts veronderstellingen en suggesties zijn, zonder concrete feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Tevens constateerde de kamer dat verzoekster in eerdere procedures wrakingsverzoeken misbruikte om uitstel te verkrijgen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen. De procedure wordt voortgezet in de stand van zaken ten tijde van het wrakingsverzoek.
Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 29 september 2025 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.