Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Turkse nationaliteit, diende op 9 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië reeds op 6 september 2024 een asielverzoek van eiser had ontvangen en de verantwoordelijkheid volgens de Dublinverordening bij Kroatië ligt.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de aanvraag niet aan zich had getrokken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro, verwijzend naar zijn negatieve ervaringen in Kroatië en mishandeling in Nederland. De rechtbank oordeelde dat Kroatië verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
De rechtbank stelde vast dat Kroatië met een claimakkoord de behandeling van de aanvraag garandeert en dat eiser klachten over mishandeling in Nederland bij bevoegde instanties moet indienen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling.