Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
De vastgestelde psychotische stoornis (schizofrenie) was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde feit en beïnvloedde de gedragskeuzes en de gedragingen van de verdachte.
In de dagen voorafgaand aan het ten laste gelegde blijkt uit meerdere bronnen dat de psychische situatie van de verdachte verslechterde. Het lijkt erop dat de verdachte vanuit zijn waandenkbeelden en getergd door hallucinaties (visuele en olfactorische) tot het hem ten laste gelegde is gekomen. De waanwereld heeft een alles doordringende doorwerking in het hem ten laste gelegde feit. De wanen laten geen ruimte voor een ander gezichtspunt. De verdachte handelde volledig vanuit zijn waandenkbeelden, zonder dat er sprake was van
een reëel motief.
Ten tijde van het tenlastegelegde was bovengenoemde stoornis, zijnde een chronisch psychotische stoornis, ook aanwezig. Door het plotseling zonder enig overleg volledig staken door de verdachte van zijn anti-psychotische medicatie, vermoedelijk ongeveer een week voor het tenlastegelegde, vlamden met name paranoïde en verwarring in rap tempo in alle hevigheid op.
De stoornis beïnvloedde ook de gedragskeuzes en de gedragingen van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde in vergaande mate.
Ambivalentie ten opzichte van medicatiegebruik is bij chronisch psychotische patiënten niet onbekend. De verdachte laat in onderhavig onderzoek weten dat het gevoel het ook zonder medicatie af te kunnen ook bij hem al langer speelt. In feite gaat het daarbij om het niet volledig accepteren van de stoornis, de vergaande gevolgen ervan en wat nodig is om die tegen te gaan. De verdachte geeft ook aan dat het minderen van de medicatie op initiatief van de GGZ bij hem een vaag gevoel boven bracht dat hij dan misschien wel helemaal zonder kon. De rapporteur meent ook een psychiatrische patiënt verantwoordelijkheid draagt voor het eigen handelen, zolang hij in een gestabiliseerde situatie verkeert. Vanuit deze overweging komt de rapporteur niet toe aan een advies volledig niet-toerekenen.
6.De strafoplegging
De rapporteurs adviseren op te leggen een tbs met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende een vrijheidsbeperkende maatregel, waarbij de verdachte eerst een klinische behandeling gaat volgen om vanuit daar verder te resocialiseren richting begeleid wonen met zorg van een forensisch FACT team.
- Geen strafbaar feit plegen;
- Meewerken aan reclasseringstoezicht;
- Opname in een zorginstelling;
- Meewerken aan een time-out;
- Begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- Ambulante behandelverplichting;
- Middelenverbod en meewerken aan middelencontrole;
- Meewerken aan zoeken en behouden van een dagbesteding;
- Meewerken aan schuldhulpverlening/beschermingsbewind;
- Niet naar het buitenland reizen.
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
impliciet primairten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
impliciet subsidiairten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard, en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
204 (TWEEHONDERDENVIER) DAGEN;
dadelijk uitvoerbaaris;
met ingang van het moment dat de verdachte in een kliniek kan worden opgenomen, onder de hierboven genoemde voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde, en onder de voorwaarden: