ECLI:NL:RBDHA:2025:17964

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
30 september 2025
Zaaknummer
NL25.29579
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12, tweede lid aanhef en onder a, AwbArt. 4:17, derde lid, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur indienen tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Deze uitspraak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag van 23 december 2023. Eiser stelde dat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist en verzocht de minister om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de termijn van twee weken, waarbinnen de minister alsnog moest beslissen na het verzoek van eiser, begon op 20 juni 2025 en eindigde op 4 juli 2025. Het beroepschrift van eiser is op 4 juli 2025 ingediend, waardoor het beroep te vroeg en prematuur is ingediend.

Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid bij een beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en beslist dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29579

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 23 december 2023.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. [2] Eiser heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [3] De termijn van twee weken vangt aan één dag na ontvangst van de brief waarin eiser de minister heeft gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [4] In het geval van eiser begon deze termijn op 20 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken na 4 juli 2025. Eiser heeft het beroepschrift ingediend op 4 juli 2025. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen. [5]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank: verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.
4.Artikel 4:17, derde lid, van de Awb.
5.Zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.