ECLI:NL:RBDHA:2025:17968
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 30 september 2025, gaat het om een beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf. De eisers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde mr. F. van Dijk, hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht, wat door de rechtbank is toegewezen. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat in een eerdere beroepsprocedure de minister was opgedragen om voor 30 november 2025 een beslissing te nemen op de aanvraag. Hierdoor is het onderhavige beroep, dat op 27 juni 2025 is ingediend, prematuur. De rechtbank concludeert dat het beroep niet voldoet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier K.D.M. Nijholt, en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De eisers hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de bekendmaking van de uitspraak een verzetschrift in te dienen als zij het niet eens zijn met de uitspraak.