ECLI:NL:RBDHA:2025:17974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Eiseres, een Guinese vrouw met een minderjarig kind, diende op 18 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening, mede omdat Noorwegen haar eerder een visum had verleend.
Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat geen concrete aanwijzingen waren dat eiseres bij overdracht aan Noorwegen een risico loopt op strijdige behandeling volgens het Handvest of EVRM. Eiseres voerde aan dat haar psychische problematiek en de situatie als alleenstaande moeder in een vreemd land bijzondere omstandigheden vormen die een overdracht onevenredig maken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat Noorwegen niet de passende medische zorg kan bieden, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook achtte de rechtbank dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het belang van het kind en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.