Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:17978

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
30 september 2025
Zaaknummer
SGR 25/1161
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens intreding besluit na beroep

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 29 augustus 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

De rechtbank stelt vast dat verweerder op 26 februari 2025 alsnog een besluit heeft genomen op het bezwaar, nadat het beroep was ingesteld. Hierdoor heeft eiser geen procesbelang meer bij het beroep, aangezien het bezwaar inmiddels is behandeld.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel wordt verweerder verplicht het griffierecht van €194,- aan eiser te vergoeden, omdat het besluit na het instellen van het beroep is genomen en voorafgaand aan het beroep de ingebrekestelling correct is gedaan.

De uitspraak is gedaan door rechter D.C. Laagland en griffier D.C. van Genderen, waarbij de griffier verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder na het instellen van het beroep alsnog op het bezwaar heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1161

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E.M. Touwen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 29 augustus 2024.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk?
3. De rechtbank stelt vast dat na het instellen van het beroep, bij besluit van 26 februari 2025 alsnog door verweerder op het bezwaar is beslist. Dit betekent dat eiser geen procesbelang meer bij dit beroep heeft.
3.1.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep en niet ter discussie staat dat verweerder voorafgaand in gebreke is gesteld, moet verweerder wel het griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. D.C. van Genderen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2025. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.