Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
- medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen, zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A, B en C van de Opiumwet gegeven verbod.
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 541.330,80;
€ 541.330,80aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
1080 dagen.