ECLI:NL:RBDHA:2025:18001

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
1 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.40143
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit en beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling

Eiseres, een Oekraïense vreemdeling, ontving op 6 augustus 2025 een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Tevens werd haar medegedeeld dat haar recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 was geëindigd en dat de tijdelijke bevriezingsmaatregel op 4 september 2025 zou stoppen. Vanaf die datum mocht zij niet meer werken en moest zij binnen vier weken vertrekken uit de opvang en Nederland.

Eiseres stelde op 23 augustus 2025 beroep in tegen het terugkeerbesluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.

Op de datum van deze uitspraak was er al een uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.40139), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit en het einde van de tijdelijke bescherming wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.40143

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoekster,

(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1. Bij besluit van 6 augustus 2025 is aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Ook heeft de minister eiseres bericht dat haar recht op tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 is geëindigd en dat op 4 september 2025 de tijdelijke bevriezingsmaatregel stopt. Eiseres mag vanaf 4 september 2025 niet meer werken en heeft vanaf deze datum vier weken de tijd om te vertrekken uit de opvang en Nederland.
1.1.
Verzoekster heeft op 23 augustus 2025 beroep ingesteld tegen dit besluit. Zij heeft daarbij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.40139, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.