ECLI:NL:RBDHA:2025:18102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdige beslissing asielaanvraag Syrië
Eiser diende op 5 januari 2024 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in. De minister verzocht Bulgarije om overname op grond van de Dublinverordening, welke werd geaccepteerd, maar de overdracht vond niet tijdig plaats. Hierdoor werd Nederland per 29 augustus 2024 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag, met een beslistermijn van zes maanden.
Vanwege het Syrië-moratorium, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met maximaal één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 5 oktober 2025 moest beslissen. Eiser stelde de minister op 23 juni 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg aangezien de beslistermijn toen nog niet verstreken was.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 12 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.