ECLI:NL:RBDHA:2025:18105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag Syriër
Eiseres, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 31 maart 2024. De minister van Asiel en Migratie moest volgens de Vreemdelingenwet binnen zes maanden beslissen, maar vanwege het besluit- en vertrekmoratorium Syrië werd de beslistermijn verlengd met één jaar, tot maximaal 21 maanden.
Eiseres stelde de minister op 1 juli 2025 schriftelijk in gebreke om binnen twee weken alsnog te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur was, omdat de verlengde beslistermijn pas op 30 september 2025 zou aflopen. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding om een bestuurlijke dwangsom toe te kennen en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter O. Veldman en griffier D.C. van de Mortel op 4 september 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend tijdens de verlengde beslistermijn.