ECLI:NL:RBDHA:2025:18168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag Syriër
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een asielaanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. De minister ontving de aanvraag op 8 mei 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Eiser stelde de minister op 23 juni 2025 schriftelijk in gebreke en stelde vervolgens op 14 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Echter gold voor Syrië vanaf 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 een besluit- en vertrekmoratorium, waardoor de wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen uit Syrië werd verlengd met maximaal één jaar, tot ten hoogste 21 maanden. Dit moratorium is ook van toepassing op aanvragen waarvan de oorspronkelijke beslistermijn al was verstreken bij het ingaan van het moratorium.
De aanvraag van eiser viel onder dit moratorium, waardoor de uiterste beslisdatum werd verlengd tot 10 november 2025. Omdat eiser zijn ingebrekestelling en beroep indiende voordat deze verlengde termijn was verstreken, oordeelde de rechtbank dat het beroep prematuur was en verklaarde het niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingesteld binnen de verlengde beslistermijn door het moratorium.