ECLI:NL:RBDHA:2025:18171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie ontving de aanvraag op 4 februari 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Echter, vanwege het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, dat van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
De aanvraag van eiser viel onder dit moratorium, ook omdat de oorspronkelijke beslistermijn al was verstreken bij de inwerkingtreding van het moratorium. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 4 augustus 2025 beslissen. Eiser stelde de minister echter al op 25 juni 2025 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Deze prematuur ingediende ingebrekestelling leidt ertoe dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen te horen in een zitting en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.C. van de Mortel op 4 september 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling tijdens het besluitmoratorium.